|
|
De
Timmermansleerling Toen
ik als timmermansleerling op een goede dag cederhout aan het schaven en zagen
was viel mij de heerlijke geur van het hout op . De hele werkplaats was er mee
doordrenkt . Een zoete zware geur die scherp contrasteerde met het gejank van
de vlakbank, het schelle neonlicht, en de algehele sfeer van gejaagdheid. Wat
ik rook was koninklijk, woorden schoten eigenlijk tekort. Toen ik dit
enthousiast aan mijn meester meldde haalde hij schamper zijn schouders op en
keek me aan met een blik alsof hij altijd al had geweten dat het een fout was
van de directeur om me in dienst te nemen. Mij liet deze ervaring niet los en
toen ik een jaar later ergens jeneverbessenhout rook wist ik het: "Ik
wil dat mijn hele huis hier naar gaat ruiken!" Om de stap naar wierook
te maken kostte nog enige jaren. Het produkt wierook heeft een dermate oosterse
uitstraling dat je simpelweg niet op het idee komt dat je dit ook zelf kunt
maken, omgeven als het is door mystiek. De goddelijke genade heeft enkele
heilige recepten op aarde doen belanden die ons in staat stellen om contact
op te nemen met het hogere, zo lijken wierookverpakkingen soms wel te
suggereren. |
|
|
Nadat
ik in het bezit kwam van een stammetje jeneverbes moest ik er wel aan
geloven. Een zoektocht op het internet leverde op dat het in ieder geval mogelijk
was om stokjes of kegeltjes te maken. Dat je geuren kunt vangen en bewaren.
En dat het echt leuk is. Maar dat het voornaamste obstakel kennis is. Er is
weinig over bekend en de bereidheid om kennis te delen lijkt niet erg groot. Dus
ga je zelf onderzoeken. Er zijn duizenden planten, bomen, harsen, gommen ,
allemaal met hun eigenaardigheden. Je wordt al gauw een alchemist die goud
wil maken. Van deze zoektocht wil ik hier verslag doen. |
|
|
|
|